Table of Contents

Blijf op de hoogte

Door je e-mailadres in te vullen, ga je akkoord met onze algemene voorwaarden en ons privacybeleid.

Blijf op de hoogte

Door je e-mailadres in te vullen, ga je akkoord met onze algemene voorwaarden en ons privacybeleid.

Blijf op de hoogte

Door je e-mailadres in te vullen, ga je akkoord met onze algemene voorwaarden en ons privacybeleid.

De vennootschap na de carrière: stoppen of van functie veranderen?

De vennootschap na de carrière: stoppen of van functie veranderen?

Editoriaal door Edgar Warmoes

Jarenlang draait een vennootschap rond activiteit. Omzet realiseren, klanten bedienen, mensen aansturen, projecten uitbouwen. Voor veel ondernemers is de vennootschap decennialang het centrale instrument waarmee waarde wordt gecreëerd en vermogen wordt opgebouwd.

Opvallend genoeg wordt er veel minder gesproken over wat er daarna gebeurt.Want wanneer de actieve carrière stilaan afloopt, ontstaat vaak dezelfde reflex: afbouwen, uitkeren en afsluiten. Alsof de rol van een vennootschap automatisch eindigt op het moment dat de ondernemer beslist een stap terug te zetten.

Opmerkelijk is dat steeds meer ondernemers die vanzelfsprekendheid in vraag stellen.

"We denken nog vaak in zwart-wit: werken of stoppen. Maar de realiteit ziet er vandaag heel anders uit," zegt Edgar Warmoes. "Veel ondernemers kiezen er niet voor om op hun 67ste volledig stil te vallen. Ze bouwen geleidelijk af, blijven actief als adviseur of consultant en willen tegelijk meer vrijheid creëren."

En precies daar ontstaat een interessante denkoefening.

Want wat gebeurt er met het vermogen dat jarenlang binnen de vennootschap werd opgebouwd? En moet een vennootschap eigenlijk wel ophouden te bestaan wanneer de ondernemer minder actief wordt?

Een generatie ondernemers staat voor dezelfde oefening

België telt duizenden ondernemers die de voorbije decennia aanzienlijke reserves hebben opgebouwd binnen hun vennootschap. Vaak gaat het om managementvennootschappen, consultancystructuren of familiale ondernemingen waarin doorheen de jaren een aanzienlijk vermogen is blijven zitten.

Dat kapitaal was oorspronkelijk bedoeld als buffer, als zekerheid of als middel om toekomstige opportuniteiten te financieren. Maar naarmate pensioen dichterbij komt, verandert ook de functie van dat vermogen.

Plots gaat het niet langer uitsluitend over groei. Dan gaat het over inkomsten. Over flexibiliteit. Over financiële rust. Over de vraag hoe opgebouwd kapitaal ook in een volgende levensfase kan blijven bijdragen aan levenskwaliteit.

"Veel ondernemers hebben jarenlang nagedacht over hoe ze vermogen konden opbouwen binnen hun vennootschap," zegt Warmoes. "Maar veel minder over de vraag welke rol dat vermogen later nog kan spelen."

Misschien zit daar vandaag wel één van de grootste opportuniteiten.

Niet alles draait om rendement

Wanneer ondernemers nadenken over hun vermogen, gaat het gesprek vaak snel richting rendement. Welke investering levert het meeste op? Welke activaklasse is het interessantst? Welk risico staat tegenover welk potentieel resultaat?

Dat zijn belangrijke vragen maar ze zijn niet altijd de eerste vragen die gesteld moeten worden.

"Ondernemers vergelijken vaak beleggingen met elkaar," zegt Warmoes. "Terwijl de grootste impact soms niet in de belegging zelf zit. Wel in de structuur waarin die belegging plaatsvindt."

Dat klinkt misschien technisch, maar de gevolgen zijn vaak groter dan verwacht. Voor kapitaal begint te renderen, moet eerst worden beslist waar dat kapitaal zich bevindt. Binnen een vennootschap. Buiten een vennootschap. Via een bepaalde fiscale structuur. Via een andere.

Bovendien zien we dat een aantal klassieke waarheden minder vanzelfsprekend worden dan vroeger. Jarenlang gold de reflex dat beleggen vooral privé moest gebeuren en dat vermogen vroeg of laat uit de vennootschap gehaald werd.

"Die denkwijze wordt vandaag steeds vaker herbekeken," zegt Warmoes. "Het fiscale landschap evolueert voortdurend en privévermogen wordt eveneens steeds meer belast. Waar vroeger geen meerwaardebelasting was privé, is dat nu wel. Daardoor kijken ondernemers opnieuw naar de mogelijkheden die een vennootschap op langere termijn kan bieden. En dus om het kapitaal binnen de vennootschap te houden.

Het resultaat? Meer ondernemers onderzoeken hoe opgebouwd kapitaal ook binnen de vennootschap kan blijven renderen en inkomsten kan genereren, zonder dat ze daarvoor dezelfde operationele activiteit moeten blijven uitoefenen als vroeger.

Een andere manier om naar een vennootschap te kijken

Misschien zit daar ook de kern van de discussie… We kijken nog vaak naar een vennootschap als een instrument om te ondernemen. Een structuur die bestaat zolang er activiteit is en die haar functie verliest zodra die activiteit stopt.

Dat lijkt volgens Edgar een “te beperkte visie”. "Misschien moeten we stoppen met denken dat een vennootschap enkel een instrument is om te werken," zegt Warmoes. "Voor veel ondernemers kan ze later net een instrument worden om inkomen, flexibiliteit en vrijheid te creëren."

Een vennootschap hoeft immers niet noodzakelijk te verdwijnen wanneer de ondernemer een stap terugzet. Ze kan ook evolueren. Van werkvennootschap naar vermogensvennootschap of zelfs pensioenvennootschap op latere leeftijd. Van operationeel vehikel naar structuur die inkomsten uit vermogen beheert.

Dat zijn geen fiscale vragen alleen. Dat zijn vragen over hoe ondernemers naar hun toekomst kijken. Over hoe ze hun opgebouwde vermogen willen laten functioneren. En over de rol die hun vennootschap daarin kan blijven spelen.

Een nieuwe fase

Misschien moeten we stoppen met denken dat een vennootschap ophoudt te bestaan wanneer de ondernemer stopt met werken.

Misschien krijgt ze op dat moment gewoon een andere functie.

In deze editie van Money in Motion bekijken we precies die evolutie. Enerzijds de opkomst van wat wij bij Briqwise “de pensioenvennootschap” noemen: een vennootschap die niet langer draait rond arbeid, maar rond inkomsten uit vermogen. Anderzijds een concrete oefening die toont welke impact de gekozen structuur kan hebben op het kapitaal dat uiteindelijk beschikbaar blijft.

Daarbij gaat het niet alleen over het behoud van vermogen, maar ook over de manier waarop dat vermogen kan worden ingezet en geoptimaliseerd. Voor veel ondernemers verschuift de focus na hun actieve carrière immers van vermogensopbouw naar inkomenscreatie. De vraag wordt dan niet langer hoeveel kapitaal er beschikbaar is, maar hoe dat kapitaal op een efficiënte en duurzame manier een aanvullend maandelijks inkomen kan genereren om van te leven tijdens het pensioen. Ook inkomsten uit vermogen kunnen vandaag zo worden gestructureerd dat ze bijdragen aan een voorspelbare inkomstenstroom, zonder dat daarvoor nog een actieve beroepsactiviteit nodig is.

Want misschien begint de interessantste fase van een vennootschap niet aan het begin van een carrière.

Maar net erna.