Table of Contents

Blijf op de hoogte

Door je e-mailadres in te vullen, ga je akkoord met onze algemene voorwaarden en ons privacybeleid.

Blijf op de hoogte

Door je e-mailadres in te vullen, ga je akkoord met onze algemene voorwaarden en ons privacybeleid.

Blijf op de hoogte

Door je e-mailadres in te vullen, ga je akkoord met onze algemene voorwaarden en ons privacybeleid.

€ 300.000 in je vennootschap: liquideren of laten werken?

Een concrete cijfervergelijking voor de ondernemer die zijn werkvennootschap afbouwt  en waarom private credit hier een unieke positie inneemt.

De vraag die elke ondernemer zich ooit stelt: "Ik heb € 300.000 in mijn vennootschap: liquideren of laten werken?"

Je hebt jarenlang gewerkt en in je vennootschap is € 300.000 aan reserves opgebouwd. De operationele activiteit loopt op zijn einde, of je wil gewoon een stap terugzetten. Twee scenario's dienen zich aan:

•             De vennootschap ontbinden, de belasting betalen en het saldo privé beleggen

•             De vennootschap behouden, het kapitaal laten renderen en jezelf maandelijks uitkeren

Bij Briqwise krijgen we deze vraag vaak. En het antwoord verrast bijna altijd: het verschil loopt snel op tot meer dan € 6.000 per jaar  én je behoudt € 90.000 méér werkkapitaal. In dit artikel werken we de cijfers volledig uit.

Het unieke aan private credit: bruto inkomsten in de vennootschap

Voor we naar de vergelijking gaan, eerst iets fundamenteels. Op de meeste beleggingen wordt roerende voorheffing ingehouden bij de bron — ook wanneer ze in een vennootschap zitten. Op dividenden van aandelen, op interesten van obligaties via een Belgische bank, op coupons van fondsen: telkens gaat 30% af voor het in de vennootschap toekomt.

Op interesten uit private credit gebeurt dat niet. De volledige bruto-opbrengst komt netto binnen in de vennootschap, waarna ze pas belast wordt via de vennootschapsbelasting — die voor kleine vennootschappen 20% bedraagt op de eerste € 100.000 winst.

Dat is een wezenlijk verschil. Private credit is daarmee een van de weinige investeringsproducten die zo fiscaal efficiënt zijn voor beleggen vanuit een vennootschap. Het is ook precies de reden waarom dit verhaal voor Briqwise-investeerders zo aantrekkelijk werkt.

De uitgangspunten van de berekening

Om de vergelijking eerlijk te maken, gaan we uit van dezelfde belegging in beide scenario's: een Briqwise-investering aan 8,25% bruto rendement per jaar. Het verschil zit volledig in de fiscale behandeling van de structuur.

Verder rekenen we voor de vennootschap met:

•             € 6.000 aan jaarlijkse kosten verbonden aan het beheer van het vermogen (wagen voor verplaatsingen naar adviseurs, bankiers en notaris, GSM, kantoor aan huis, vakliteratuur en abonnementen, beperkte representatie)

•             Het verlaagd tarief vennootschapsbelasting van 20% (van toepassing op de eerste € 100.000 winst voor kleine vennootschappen, mits voldaan aan de voorwaarden)

•             Uitkering via dividend onder de VVPRbis-regeling aan 15% roerende voorheffing

Scenario B: liquideren en privé beleggen

Bij ontbinding van de vennootschap wordt de liquidatiebonus belast aan 30% roerende voorheffing. Op € 300.000 betekent dat € 90.000 belasting geld dat je nooit meer terugziet.

Je houdt € 210.000 over om privé te beleggen. Aan 8,25% bruto rendement levert dat € 17.325 per jaar op, waarvan 30% roerende voorheffing wordt afgehouden. Netto: € 12.128 privé per jaar, of € 1.011 per maand.

Eenvoudig en definitief maar fiscaal duur.

Scenario A: kapitaal in de vennootschap houden

Je behoudt de volledige € 300.000 als werkkapitaal in de vennootschap. Dat bedrag wordt belegd via Briqwise aan 8,25%, wat € 24.750 bruto per jaar oplevert. Cruciaal: zoals hierboven uitgelegd komen die interesten zonder roerende voorheffing binnen in de vennootschap. De volledige € 24.750 wordt als bruto-opbrengst geboekt.

Een vennootschap die vermogen beheert, maakt daar kosten voor, dat is geen toeval, dat is de realiteit van de activiteit. Je verplaatst je naar je notaris, naar je boekhouder, naar je bank, naar netwerkmomenten waar je deals oppikt. Je hebt een GSM en een werkruimte nodig om je administratie te doen en je investeringen op te volgen. Vakliteratuur en sectorpublicaties houden je geïnformeerd. Deze kosten zijn reëel, ze zijn nodig om de activiteit van vermogensbeheer professioneel uit te oefenen, en ze zijn dus fiscaal aftrekbaar.

In ons voorbeeld nemen we voorzichtig € 6.000 per jaar aan dergelijke kosten. De belastbare basis komt daarmee op € 18.750. Bij toepassing van het verlaagd tarief vennootschapsbelasting (20%) betaal je € 3.750 belasting. Er blijft € 15.000 netto winst over.

Die € 15.000 keer je uit als dividend onder de VVPRbis-regeling, met 15% roerende voorheffing (€ 2.250). Netto privé: € 12.750 per jaar.

Daarnaast heeft de vennootschap in dat jaar al € 6.000 aan kosten gedragen die ook deels jouw werking als zaakvoerder ondersteunen: kosten die anders volledig op je netto privé-inkomen zouden drukken. Het reële totaalvoordeel komt daarmee op € 18.750 per jaar, of € 1.563 per maand.

De vergelijking in één tabel

Vergelijkende tabel "de vennootschap behouden en binnen de vennootschap investeren" vs "de vennootschap ontbinden en privé beleggen"

Het cumulatieve effect

Het echte verhaal van deze vergelijking zit niet in één jaar. Het zit in de structurele opbouw. Eén jaar verschil maakt al € 6.622 uit. Het belangrijkste: je behoudt je hoofdsom.

Scenario A = vennootschap behouden / Scenario B = vennootschap liquideren

Het verschil na 10 jaar bedraagt ruim € 156.000, meer dan de helft van het oorspronkelijke kapitaal, gewoon door de juiste fiscale route te kiezen.  Na de gehele periode zit er nog steeds € 300.000 in de vennootschap, beschikbaar voor verdere uitkering, voor schenking aan de kinderen, of voor een latere liquidatie onder gunstigere voorwaarden.

Waar zit het verschil precies?

Waar zit het verschil precies?

Drie fiscale hefbomen werken samen ten voordele van scenario A:

1. Geen liquidatiebelasting op de hoofdsom

De € 90.000 die in scenario B onmiddellijk verloren gaat aan roerende voorheffing op de liquidatiebonus, blijft in scenario A volledig aan het werk. Die € 90.000 genereert zelf weer € 7.425 bruto rendement per jaar: geld dat in scenario B simpelweg niet meer bestaat.

2. Bruto rendement binnen de vennootschap

Dit is het Briqwise-voordeel bij uitstek. Op de meeste beleggingen wordt 30% RV ingehouden voor het geld bij de vennootschap toekomt. Bij private credit gebeurt dat niet. Het rendement wordt pas belast wanneer er na aftrek van kosten effectief winst is -> en dan aan 20% in plaats van 30%. Een dubbel voordeel: een lager tarief én een lagere belastbare basis.

3. Aftrekbare kosten voor vermogensbeheer

Een vennootschap die actief vermogen beheert, draagt daar reële kosten voor. Die kosten zijn aftrekbaar zoals voor elke andere activiteit. Wie zijn vermogen privé beheert, draagt diezelfde kosten ook maar zonder fiscale tussenkomst. Dat is geen kunstgreep, dat is de logische erkenning dat het beheren van een vermogensportefeuille tijd, middelen en infrastructuur vraagt.

Belangrijke kanttekeningen

We willen ook eerlijk zijn over wat je moet weten:

•             De kosten van vermogensbeheer moeten reëel en aantoonbaar zijn. Het bedrag dat hier gehanteerd wordt (€ 6.000/jaar) is een voorzichtige inschatting voor een eenpersoonsvennootschap die effectief actief vermogen beheert

•             Het verlaagd tarief vennootschapsbelasting (20%) vereist o.a. een minimum-bedrijfsleidersbezoldiging van € 45.000 per jaar. Wie hier niet aan voldoet, valt terug op het standaardtarief van 25%. Het voordeel blijft positief, maar wordt iets kleiner

•             VVPRbis aan 15% RV vereist dat de aandelen voldoen aan specifieke voorwaarden (uitgegeven sinds 1 juli 2013 of via kapitaalverhoging in cash). Voor oudere aandelen geldt het standaardtarief van 30% RV, wat het voordeel beperkt maar door het bruto-rendement-effect blijft de structuur ook dan voordeliger dan liquideren

•             Het rendement van 8,25% is gebaseerd op de huidige Briqwise-projecten. Briqwise-investeringen zijn mortgage-backed: elke lening is gedekt door een eerste rang hypotheek op vastgoed, wat het risicoprofiel aanzienlijk beperkt. Rendementen uit het verleden zijn geen garantie voor de toekomst

•             Spreek altijd met je accountant of fiscalist over jouw specifieke situatie. De cijfers in dit artikel zijn een algemene illustratie, geen persoonlijk advies

Tot slot

De keuze om je werkvennootschap te ontbinden lijkt eenvoudig,"klaar is klaar", maar fiscaal gezien betaal je er een aanzienlijke prijs voor. Door het kapitaal in de vennootschap te houden, te beleggen aan een goed rendement en jezelf jaarlijks uit te keren, hou je structureel meer over én behoud je de optionaliteit over je vermogen.

Wat Briqwise-investeringen daarbij uniek maakt, is de combinatie van een aantrekkelijk bruto rendement, een mortgage-backed risicoprofiel, én de fiscale behandeling die zorgt dat de inkomsten bruto in je vennootschap terechtkomen. Voor wie zijn werkvennootschap niet meer actief inzet maar wel het opgebouwde kapitaal wil benutten als inkomensmotor, is dit een van de weinige investeringsproducten die volledig in deze structuur past.

Bent u geïnteresseerd in uw pensioenvennootschap door het financieren van vastgoed? Ondernemersdromen waarmaken én een hoog rendement ontvangen zonder gedoe? Meld u vrijblijvend aanen er wordt zo snel mogelijk contact met u opgenomen.

Heeft u een suggestie of vraag voor Briqwise België? Laat het ons weten via belgium@briqwise.com.