Table of Contents

Blijf op de hoogte

Door je e-mailadres in te vullen, ga je akkoord met onze algemene voorwaarden en ons privacybeleid.

Blijf op de hoogte

Door je e-mailadres in te vullen, ga je akkoord met onze algemene voorwaarden en ons privacybeleid.

Blijf op de hoogte

Door je e-mailadres in te vullen, ga je akkoord met onze algemene voorwaarden en ons privacybeleid.

€ 300.000 in je vennootschap: liquideren of laten werken?

Een concrete cijfervergelijking voor de ondernemer die zijn werkvennootschap afbouwt  en waarom private credit hier een unieke positie inneemt.

De vraag die elke ondernemer zich ooit stelt: “Ik heb € 300.000 in mijn vennootschap: liquideren of laten werken?”

Je hebt jarenlang gewerkt en in je vennootschap is € 300.000 aan reserves opgebouwd. De operationele activiteit loopt op zijn einde, of je wil gewoon een stap terugzetten. Twee scenario’s dienen zich aan: de vennootschap ontbinden, de belasting betalen en het saldo privébeleggen, of de vennootschap behouden, het kapitaal laten renderen en jezelf jaarlijks uitkeren.

Bij Briqwise krijgen we deze vraag vaak. En het antwoord verrast bijna altijd: het verschil loopt op tot meer dan € 6.000 per jaar én je behoudt € 90.000 méér werkkapitaal. In dit artikel werken we de cijfers volledig uit.

Eén belangrijke afspraak vooraf: we rekenen met het scenario zonder voorafgaande fiscale planning. Wie tijdens zijn carrière met liquidatiereserves heeft gewerkt, betaalt aanzienlijk minder bij liquidatie, maar verliest evengoed het vehikel zelf; lees daarover ons artikel over de liquidatiereserve. Voor de grote groep ondernemers die nooit systematisch reserveerde, en die groep is groter dan je denkt, gelden de cijfers hieronder onverkort.

Het unieke aan private credit: bruto inkomsten in de vennootschap

Voor we naar de vergelijking gaan, eerst iets fundamenteels. Op veel beleggingsinkomsten wordt roerende voorheffing ingehouden aan de bron, ook wanneer ze in een vennootschap toekomen. Voor een vennootschap is die voorheffing weliswaar geen definitieve belasting, ze is verrekenbaar met de vennootschapsbelasting, maar het blijft voorfinanciering: het geld is maandenlang onderweg naar en terug van de fiscus in plaats van aan het werk. Op interesten uit private credit speelt dat niet. Interesten betaald aan een Belgische vennootschap zijn doorgaans vrijgesteld van inhouding aan de bron, waardoor de volledige bruto-opbrengst meteen in de vennootschap beschikbaar is. Ze wordt pas belast via de vennootschapsbelasting, en dan enkel op wat er na aftrek van de werkingskosten als winst overblijft. Geen voorfinanciering, het volledige brutobedrag dat het hele jaar blijft werken, en een belastbare basis die pas ná kosten wordt bepaald: dat maakt private credit een van de meest fiscaal efficiënte investeringsproducten voor wie belegt vanuit een vennootschap. Het is ook precies de reden waarom dit verhaal voor Briqwise-investeerders zo aantrekkelijk werkt.

De uitgangspunten van de berekening

Om de vergelijking eerlijk te maken, gaan we uit van dezelfde belegging in beide scenario’s: een Briqwise-investering aan 8,25% bruto rendement per jaar. Het verschil zit volledig in de fiscale behandeling van de structuur. Verder rekenen we voor de vennootschap met € 6.000 aan jaarlijkse kosten verbonden aan het beheer van het vermogen (verplaatsingen naar adviseurs, bankiers en notaris, GSM, kantoor aan huis, vakliteratuur en abonnementen, beperkte representatie), het verlaagd tarief vennootschapsbelasting van 20% (van toepassing op de eerste € 100.000 winst voor kleine vennootschappen die aan de voorwaarden voldoen; in de kanttekeningen rekenen we ook de variant aan het standaardtarief van 25% volledig door), en uitkering via dividend onder de VVPRbis-regeling aan 18% roerende voorheffing, het tarief dat geldt voor dividenden toegekend vanaf 1 juli 2026.

Scenario B: liquideren en privé beleggen

Bij ontbinding van de vennootschap wordt de liquidatiebonus belast aan 30% roerende voorheffing. In ons scenario zonder voorafgaande planning betekent dat op € 300.000 een belasting van € 90.000, geld dat je nooit meer terugziet. (Volledigheidshalve: gestort kapitaal komt belastingvrij terug, en eerder aangelegde liquidatiereserves komen er zonder bijkomende heffing uit. Wie die planning maakte, betaalt dus minder, maar staat nadien voor exact dezelfde vervolgvraag: het kapitaal staat privé en moet daar opnieuw renderen.)

Je houdt € 210.000 over om privé te beleggen. Aan 8,25% bruto rendement levert dat € 17.325 per jaar op, waarvan 30% roerende voorheffing wordt afgehouden. Netto: € 12.128 privé per jaar, of € 1.011 per maand.

Eenvoudig en definitief, maar fiscaal duur.

Scenario A: kapitaal in de vennootschap houden

Je behoudt de volledige € 300.000 als werkkapitaal in de vennootschap. Dat bedrag wordt belegd via Briqwise aan 8,25%, wat € 24.750 bruto per jaar oplevert. Cruciaal: zoals hierboven uitgelegd komen die interesten zonder inhouding aan de bron binnen in de vennootschap. De volledige € 24.750 wordt als bruto-opbrengst geboekt.

Een vennootschap die vermogen beheert, maakt daar kosten voor; dat is geen toeval, dat is de realiteit van de activiteit. Je verplaatst je naar je notaris, naar je boekhouder, naar je bank, naar netwerkmomenten waar je investeringsopportuniteiten oppikt. Je hebt een GSM en een werkruimte nodig om je administratie te doen en je investeringen op te volgen. Vakliteratuur en sectorpublicaties houden je geïnformeerd. Deze kosten zijn reëel, ze zijn nodig om de activiteit van vermogensbeheer professioneel uit te oefenen, en ze zijn dus fiscaal aftrekbaar, net zoals in elke andere vennootschap met een activiteit. De gewone spelregels blijven daarbij gelden: de kosten moeten in verhouding staan tot de activiteit, en voor zaken met gemengd professioneel en privégebruik gelden de gekende regels rond voordelen van alle aard.

In ons voorbeeld nemen we voorzichtig € 6.000 per jaar aan dergelijke kosten. De belastbare basis komt daarmee op € 18.750. Bij toepassing van het verlaagd tarief vennootschapsbelasting (20%) betaal je € 3.750 belasting. Er blijft € 15.000 netto winst over.Die € 15.000 keer je uit als dividend onder de VVPRbis-regeling, met 18% roerende voorheffing (€ 2.700). Netto privé: € 12.300 per jaar, of € 1.025 per maand. Merk op: het zuivere dividend alleen al evenaart het volledige nettoresultaat van scenario B. Alles wat hierna volgt, is dus bijkomend voordeel.

Want daarnaast heeft de vennootschap dat jaar € 6.000 aan kosten gedragen die anders, minstens gedeeltelijk, op je netto privé-inkomen zouden drukken: de verplaatsingen, de telecom, de werkruimte. In de mate dat die kosten uitgaven vervangen die je anders privé zo oen, komt dat voordeel bovenop het dividend. Wie ze volledig meetelt, komt op een totaalvoordeel van € 18.300 per jaar, of € 1.525 per maand; wie voorzichtiger slechts een deel meetelt, zit daar ergens tussenin. Zelfs zonder ook maar één euro van die kosten mee te rekenen, blijft scenario A voor

De vergelijking in één tabel

Het cumulatieve effect

Het echte verhaal van deze vergelijking zit niet in één jaar. Het zit in de structurele opbouw. Eén jaar verschil maakt al € 6.622 uit. Het belangrijkste: je behoudt je hoofdsom.

Scenario A: behouden/ Scenario B: liquideren

*Het behouden kapitaal staat in de vennootschap; bij een latere uitkering of liquidatie volgt daarop nog belasting. Wie de jaarwinsten van de vennootschap intussen telkens als liquidatiereserve bestemt, beperkt die latere kost tot ongeveer 10% in plaats van 30%. Hoe dat werkt, lees je in ons artikel over de liquidatiereserve.

Het verschil na 10 jaar bedraagt ruim € 151.000, meer dan de helft van het oorspronkelijke kapitaal, gewoon door de juiste fiscale route te kiezen. Na de gehele periode zit er nog steeds € 300.000 in de vennootschap, beschikbaar voor verdere uitkering, voor schenking aan de kinderen, of voor een latere liquidatie die, mits jaarlijkse aanleg van liquidatiereserves, tegen sterk verlaagde tarieven kan verlopen.

Waar zit het verschil precies?

Waar zit het verschil precies?

Drie fiscale hefbomen werken samen ten voordele van scenario A:

1. Geen liquidatiebelasting op de hoofdsom

De € 90.000 die in scenario B onmiddellijk verloren gaat aan roerende voorheffing op de liquidatiebonus, blijft in scenario A volledig aan het werk. Die € 90.000 genereert zelf weer € 7.425 bruto rendement per jaar: geld dat in scenario B simpelweg niet meer bestaat.

2. Bruto rendement binnen de vennootschap

Dit is het Briqwise-voordeel bij uitstek. Op veel beleggingsinkomsten wordt voorheffing ingehouden voor het geld bij de vennootschap toekomt; bij interesten uit private credit gebeurt dat niet, het volledige brutobedrag komt meteen binnen en blijft het hele jaar aan het werk. Het rendement wordt pas belast wanneer er na aftrek van kosten effectief winst is, en dan in de vennootschapsbelasting in plaats van via een inhouding op de volle opbrengst. Geen voorfinanciering én een belastbare basis na kosten: een dubbel voordeel.

3. Aftrekbare kosten voor vermogensbeheer

Een vennootschap die actief vermogen beheert, draagt daar reële kosten voor. Die kosten zijn aftrekbaar zoals voor elke andere activiteit. Wie zijn vermogen privé beheert, draagt diezelfde kosten ook maar zonder fiscale tussenkomst. Dat is geen kunstgreep, dat is de logische erkenning dat het beheren van een vermogensportefeuille tijd, middelen en infrastructuur vraagt.

Belangrijke kanttekeningen

We willen ook eerlijk zijn over wat je moet weten:

•             De kosten van vermogensbeheer moeten reëel, aantoonbaar en in verhouding tot de activiteit zijn. Het bedrag dat hier gehanteerd wordt (€ 6.000 per jaar) is een voorzichtige inschatting voor een eenpersoonsvennootschap die effectief actief vermogen beheert. Voor gemengd gebruik gelden de regels rond voordelen van alle aard.

•             Het verlaagd tarief vennootschapsbelasting (20%) vereist onder meer een minimale bedrijfsleidersbezoldiging van € 50.000 per jaar, of minstens een bezoldiging gelijk aan het belastbaar resultaat van de vennootschap. In een zuivere beheersvennootschap met beperkte opbrengsten is dat niet altijd haalbaar of wenselijk. Wie terugvalt op het standaardtarief van 25%, rekent als volgt: belastbare basis € 18.750, vennootschapsbelasting € 4.688, netto winst € 14.063, na 18% roerende voorheffing een netto dividend van € 11.531, en met de gedragen kosten erbij een totaalvoordeel van € 17.531 per jaar. Het verschil met scenario B bedraagt dan nog steeds ruim € 5.400 per jaar, plus de behouden € 90.000

•            VVPRbis aan 18% vereist dat de aandelen aan specifieke voorwaarden voldoen (uitgegeven bij een inbreng in geld sinds 1 juli 2013). Voor oudere aandelen geldt het standaardtarief van 30% roerende voorheffing. Het voordeel wordt dan kleiner, maar door het bruto- rendement-effect, de kostenaftrek en het behouden kapitaal blijft de structuur ook dan voordeliger dan liquideren. Wie jaarlijks liquidatiereserves aanlegt in plaats van via VVPRbis uit te keren, bouwt bovendien aan een uitkering tegen 10% bij latere vereffening; ook die piste werken we uit in ons artikel over de liquidatiereserve.

•             Het rendement van 8,25% is gebaseerd op de huidige Briqwise-projecten. Briqwise-investeringen zijn mortgage-backed: elke lening is gedekt door een eerste rang hypotheek op vastgoed, wat het risicoprofiel aanzienlijk beperkt. Rendementen uit het verleden zijn geen garantie voor de toekomst

•             Spreek altijd met je accountant of fiscalist over jouw specifieke situatie. De cijfers in dit artikel zijn een algemene illustratie, geen persoonlijk advies

Tot slot

De keuze om je werkvennootschap te ontbinden lijkt eenvoudig,"klaar is klaar", maar fiscaal gezien betaal je er een aanzienlijke prijs voor. Door het kapitaal in de vennootschap te houden, te beleggen aan een goed rendement en jezelf jaarlijks uit te keren, hou je structureel meer over én behoud je de optionaliteit over je vermogen.

Wat Briqwise-investeringen daarbij uniek maakt, is de combinatie van een aantrekkelijk bruto rendement, een mortgage-backed risicoprofiel, én de fiscale behandeling die zorgt dat de inkomsten bruto in je vennootschap terechtkomen. Voor wie zijn werkvennootschap niet meer actief inzet maar wel het opgebouwde kapitaal wil benutten als inkomensmotor, is dit een van de weinige investeringsproducten die volledig in deze structuur past.

Bent u geïnteresseerd in uw pensioenvennootschap door het financieren van vastgoed? Ondernemersdromen waarmaken én een hoog rendement ontvangen zonder gedoe? Meld u vrijblijvend aan en er wordt zo snel mogelijk contact met u opgenomen.

Heeft u een suggestie of vraag voor Briqwise België? Laat het ons weten via belgium@briqwise.com.