Heeft de Belgische staatsbon anno 2026 nog een plaats in een portefeuille?

Table of Contents
Connect met ons
Transparent Facebook Icon
Transparent Linkedin Icon
Blijf op de hoogte van de laatste trends:
Gerelateerde artikelen

Door Edgar Warmoes, CEO Briqwise

De Belgische staatsbon is opnieuw uitgegeven. Met een coupon van 2,00% bruto op één jaar en 2,80% bruto op acht jaar (goed voor ongeveer 1,40% en 1,96% netto na belasting) blijft het een vertrouwd instrument binnen het Belgische beleggingslandschap.

Toch roept deze nieuwe uitgifte een bredere vraag op: “Heeft de staatsbon anno 2026 nog echt een plaats in een portefeuille?” 

Niet omdat staatsobligaties per definitie problematisch zijn. Ze hebben historisch altijd een duidelijke rol gespeeld: stabiliteit bieden en kapitaal parkeren met een relatief voorspelbare uitkomst. De vraag is eerder of dat vandaag nog voldoende is.

Vermogensbehoud is iets anders dan vermogensgroei

Ik begrijp perfect waarom veiligheid zo’n dominant criterium blijft. Iedereen heeft een deel van zijn vermogen dat hij absoluut niet wil verliezen. Dat moet ook zo zijn. Zelf ben ik er bijvoorbeeld voorstander van om een buffer aan te houden die ongeveer zes maanden aan inkomen kan overbruggen. Dat creëert rust en flexibiliteit.

Maar alles wat daarboven zit, verdient een andere vraag. Moet dat kapitaal enkel behouden blijven? Of moet het ook bijdragen aan groei?

Met een rendement van ongeveer 2% bruto spreken we vandaag in essentie over het minimum om koopkracht min of meer te vrijwaren. Dat is vermogensbehoud. Niet meer dan dat. Vooral voor jongere beleggers is de opportuniteitskost dan aanzienlijk. Het verschil tussen 2% en bijvoorbeeld 7% rendement op twintig jaar is geen nuance. Het is het verschil tussen kapitaal dat min of meer stabiel blijft en kapitaal dat effectief kan verdubbelen.

Dat verschil bepaalt uiteindelijk of vermogen stilstaat of werkt.


Lage volatiliteit is niet hetzelfde als laag risico

Staatsobligaties worden vaak als “veilig” gezien omdat de kans dat een overheid niet betaalt zeer klein wordt geacht. Bij financiering met vastgoed als onderpand ligt de redenering anders. Daar wordt kapitaal verstrekt aan ondernemers, met vastgoed als onderliggende zekerheid. De kernvraag wordt dan niet alleen wie terugbetaalt, maar ook waarop die terugbetaling gebaseerd is.

Bij staatsobligaties ligt de zekerheid in de kredietwaardigheid van de staat. Bij vastgoedgedekte financiering ligt ze in de waarde en verhandelbaarheid van het vastgoed. Beide modellen worden door veel beleggers als relatief defensief gezien. Het verschil zit vooral in de vergoeding die daar tegenover staat.

Waar de huidige staatsbon 2,00% bruto op één jaar en 2,80% bruto op acht jaar biedt, ligt het rendement bij vastgoedgedekte private credit doorgaans hoger. Bij Briqwise wordt voor investeerders bijvoorbeeld vaak een rendement van minstens 7,5% bruto gecommuniceerd, met vastgoed als zekerheid.

Dat verschil roept een legitieme vraag op: weerspiegelt het uitsluitend een hoger risico, of speelt ook de veranderde structuur van de kredietmarkt een rol?

De kredietmarkt is veranderd

Een belangrijk deel van het antwoord ligt in een structurele verschuiving. Historisch namen banken een groot deel van de financiering van ondernemers op zich. Vandaag zijn ze selectiever geworden in welke kredieten ze verstrekken. De vraag naar kapitaal is echter niet verdwenen.

Dat creëert ruimte voor private credit: financieringsvormen waarbij investeerders rechtstreeks kapitaal verstrekken aan ondernemers. Het rendement dat daar tegenover staat, weerspiegelt dus niet alleen risico. Het weerspiegelt ook marktdynamiek. Ondernemers zijn bereid een hogere rente te betalen voor kapitaal dat via klassieke banken minder gemakkelijk beschikbaar is.

Aanvulling of vervanger?

Voor veel beleggers wordt financiering met vastgoed als onderpand daarom een alternatief binnen het defensieve segment van hun portefeuille. In sommige gevallen zelfs een vervanger van termijnrekeningen of laag renderende staatsobligaties.

Voor oudere investeerders kan het een stabiele maandelijkse inkomstenstroom bieden. Voor jongere beleggers kan het een bouwsteen zijn naast aandelen: een combinatie van behoud en groei. Het is niet bedoeld voor iedereen. Niet voor wie snelle verdubbelingen zoekt of actief wil traden. Private credit is, in zekere zin, een vrij saai product. Maar saai componeert.

De echte allocatievraag

Wat ik vandaag vooral zie, is dat veel kapitaal te lang vast blijft zitten in lage renteproducten.

Veilig parkeren is verstandig tot op een bepaald niveau. Daarna wordt het stilstand. Daarom is het belangrijk om het onderscheid te maken tussen liquiditeit en strategie. Houd wat nodig is om comfortabel te blijven. Maar durf de rest te laten werken. Niet blind en niet speculatief, maar met een rendement dat in verhouding staat tot de onderliggende zekerheid.

Veiligheid blijft belangrijk. Maar veiligheid zonder vooruitgang is zelden een langetermijnstrategie.